Diagnostiek & onderzoek
Begrijpen wat er speelt
Een goede diagnose is de basis van effectieve hulp. Ons team voert uitgebreid psychologisch en neuropsychologisch onderzoek uit om inzicht te krijgen in de ontwikkeling, intelligentie en het profiel van kind of jongere.
Onderzoek is nooit een doel op zich. Het is bedoeld om handvatten te verschaffen voor advies, behandeling, begeleiding of (studie-) keuzes.
Soorten onderzoek
- Intelligentieonderzoek – in kaart brengen van cognitieve mogelijkheden en leerprofiel.
- Persoonlijkheidsonderzoek – inzicht in karakter, gedragspatronen en emotionele ontwikkeling.
- Verklarend onderzoek naar ontwikkelingsproblemen – is er sprake van een achterstand of een stoornis, zoals ADHD of autisme
- Sociaal-emotioneel onderzoek – wat is de oorzaak van angsten, somberheid, problemen in de omgang met anderen
- Traumadiagnostiek – vaststellen van de impact van traumatische ervaringen.
Hoe gaat het in zijn werk?
Een diagnostisch traject bestaat uit een of meerdere intakegesprekken, testafnames en observaties. Daarna volgt een terugkoppelgesprek met een duidelijk adviesrapport. Zo weet u precies wat er speelt en welke vervolgstappen mogelijk zijn.
Vragen over diagnostiek
Dat hangt af van de leeftijd van het kind of de jongere. Hoe jonger het kind, hoe groter de betrokkenheid en het aandeel in de behandeling. Jongeren vanaf 16 jaar kunnen zelfstandig een afspraak maken voor specialistische GGZ, ook zonder toestemming van hun ouders maar wel mét een geldige verwijzing van huisarts of CJG.
Dat hangt af van de leeftijd van het kind/de jongere. Bij kinderen tot 12 jaar hebben ouders volgens de WGBO recht op volledige inzage in het medisch/psychologisch dossier van hun kind, tenzij dit niet in het belang is van het kind. Van 12 tot 16 jaar hebben ouders recht op inzage, maar vanaf 14 jaar is de toestemming van de jongere leidend. Vanaf 16 jaar is de jongere zelf beslissingsbevoegd en hebben ouders zonder diens toestemming geen inzagerecht.
Ouders zijn verplicht elkaar te informeren en te raadplegen over belangrijke zaken rondom hun kinderen (Artikel 1:377b BW). Dit geldt voor ‘gewichtige aangelegenheden’, zoals gezondheid en ontwikkeling.
Ouders met gezamenlijk gezag: Beide ouders hebben gelijke rechten op informatie over hun kind. De verzorgende ouder moet de andere ouder proactief op de hoogte houden.
Ouders zonder gezag: Hebben geen zeggenschap meer, maar de wetgever acht betrokkenheid cruciaal. De ouder zonder gezag heeft daarom nog steeds recht op informatie, op voorwaarde dat dit in het belang is van het kind.
Informatieverstrekking: Artsen en andere medische beroepsbeoefenaren zijn wettelijk verplicht om beide ouders dezelfde informatie te verstrekken over de ontwikkeling van het kind. Dit geldt in principe óók voor de ouder zonder gezag, tenzij de rechter heeft bepaald dat dit schadelijk is voor het kind.