Nieuws
2 jul 2026
De verschuiving van stoornisgericht naar transdiagnostisch behandelen.
Een nieuwe kijk op kinder- en jeugdpsychologie?
Jarenlang vormde de diagnose het uitgangspunt van psychologische behandeling. Had een kind ADHD, dan volgde een ADHD-behandeling. Bij een angststoornis werd een angstprotocol ingezet en bij depressieve klachten een behandeling die specifiek op depressie was gericht. Deze stoornisgerichte aanpak heeft veel kinderen geholpen en vormt nog steeds een belangrijk onderdeel van de geestelijke gezondheidszorg. Toch is er de afgelopen jaren een duidelijke verandering zichtbaar. Steeds meer onderzoekers en behandelaars kiezen voor een transdiagnostische benadering. Daarbij staat niet de diagnose centraal, maar de onderliggende processen die psychische klachten veroorzaken of in stand houden.Waarom alleen een diagnose niet altijd voldoende is
In de dagelijkse praktijk passen kinderen lang niet altijd netjes binnen één diagnose. Een kind met ADHD kan bijvoorbeeld ook last hebben van angst, somberheid of slaapproblemen. Een jongere met een autismespectrumstoornis kan daarnaast kampen met emotieregulatieproblemen of sociale angst. Ook veranderen klachten vaak naarmate een kind ouder wordt. Juist deze overlap maakt duidelijk dat diagnoses niet altijd de beste voorspeller zijn van welke behandeling het meest effectief zal zijn. Verschillende psychische problemen blijken namelijk vaak dezelfde onderliggende mechanismen te delen.Van label naar onderliggende mechanismen
Een transdiagnostische behandeling richt zich op processen die bij meerdere psychische klachten voorkomen, zoals:- moeite met emotieregulatie;
- vermijdingsgedrag;
- piekeren;
- stressgevoeligheid;
- negatieve denkpatronen;
- problemen met executieve functies;
- een lage frustratietolerantie.
Wetenschappelijk bewijs groeit snel
Internationaal groeit het aantal studies dat de meerwaarde van transdiagnostisch behandelen ondersteunt. Onderzoekers wijzen erop dat traditionele diagnostische categorieën vaak onvoldoende recht doen aan de grote variatie binnen én overlap tussen verschillende ontwikkelingsstoornissen. Een transdiagnostische benadering biedt meer ruimte om te kijken naar het individuele profiel van een kind en naar de factoren die het dagelijks functioneren beïnvloeden. Ook binnen de psychotherapie voor kinderen en jongeren verschuift de aandacht steeds meer naar flexibele behandelprogramma's waarin bewezen effectieve behandelonderdelen – zoals cognitieve gedragstechnieken, exposure, probleemoplossende vaardigheden en emotieregulatie – worden gecombineerd op basis van de hulpvraag van het kind, in plaats van uitsluitend op basis van een DSM-diagnose.Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor psychologen en orthopedagogen betekent deze ontwikkeling dat diagnostiek belangrijk blijft, maar een ander doel krijgt. Een diagnose kan nog steeds helpen bij communicatie, indicatiestelling en het begrijpen van klachten. Tegelijkertijd wordt steeds vaker gekeken naar vragen als:- Welke factoren houden de klachten in stand?
- Welke vaardigheden ontbreken of kunnen worden versterkt?
- Welke rol spelen ouders, school en de sociale omgeving?
- Welke behandeling past het beste bij dit unieke kind?